Kinderboerderij en Heemtuin 't Lamsoortje

lamsoortje logo lamsoortje
U vindt 't Lamsoortje aan de Kastelijnsweg in St. Maartensdijk (nabij Camping de Muie).

kinderboerderij Aktuele informatie kunt u verkrijgen bij o.a. camping de Muie (tel. 0166-662840) of bij het VVV in St. Maartensdijk (tel. 0166-663771).

Openingstijden:
Maandag t.m. vrijdag 10.00 - 16.00 uur
Weekends van 11.00 - 17.00 uur
In de maanden juli en augustus geopend tot 20.00 uur

Omdat 't Lamsoortje op een steenworp afstand van de Oosterschelde ligt is een bezoekje hieraan goed te combineren.

Kinderboerderij

De kinderboerderij herbergt tal van boerderij dieren, die door jong en oud van dichtbij kunnen worden bekeken, geaaid, geknuffeld en misschien is het zelfs wel mogelijk te helpen bij de verzorging van de boerderij en de dieren.

Heemtuin

In de heemtuin kunnen natuurliefhebbers hun hart ophalen. U vindt hier vooral planten, maar ook insekten en vogels die van oorsprong voorkomen in het gevarieerde landschap van Tholen en St. Philipsland. Langs het verharde wandelpad door de heemtuin staan bordjes met uitleg over alles wat er te zien is. Verschillende soorten landschappen die op Tholen voorkomen, met elk hun eigen planten en dieren, komt u in het klein ook in de heemtuin tegen.

heemtuin In de vijver met een moerassig gedeelte zal zich overvegetatie gaan ontwikkelen, zoals zeekraal en zeeaster. Ook orchideeen kunnen hier voorkomen.

Bijenstal

bijen Bijen kruipen diep in bloemen op zoek naar nectar. Ze verzamelen stuifmeel, doordat het in de haren blijft plakken. Bij het bezoek aan de volgende bloem brengt de bij stuifmeel over en zorgt aldus voor bestuiving.
Wist u overigens, dat de werksters een strikte taakverdeling hebben? Als ze verpopt zijn, houden ze zich eerst bezig met cellen van de raat schoon te maken. Vervolgens voeden ze enige weken de larven. Ze bergen honing en stuifmeel op. Ze houden daarna wacht in de bijenkorf. Pas op het eind van hun leven mogen ze voedsel gaan zoeken. Als ze voedsel gevonden hebben, geven ze dit door aan andere werksters door te dansen.

Meekrap

De in het Middellandse Zeegebied inheemse meekrap was reeds bij de oude Egyptenaren en Perzen als verfstofplant in gebruik. Sinds de zestiende eeuw werd ze in ons land gekweekt. Vooral op Tholen was de meekrapcultuur een belangrijke inkomstenbron. Toen men erin slaagde om de uit de wortestokken verkregen rode kleurstof in 1870 langs synthetische weg te vervaardigen, ging de cultuur dan ook ten onder. Veel namen alhier herinneren nog aan de meekrapcultuur. Zo was een meestoof of een -stove een werkplaats, waar de rode kleurstof uit de wortelstokken gewonnen werd. De rode baan in de Nederlandse vlag is oorspronkelijk van het meekraprood gemaakt.

Graanakker

Een akker is een milieutype, dat vanouds hier voorkomt. Tegenwoordig komen er nog weinig akkeronkruiden op voor. Dit heeft te maken met het gebruiken van onkruidbestrijdingsmiddelen. Vroeger had men deze niet ter beschikking. Toen kwamer er nog tal van typische aakeronkruiden voor. Vaak waren dit eenjarige kruidachtige soorten, die optimaal aangepast waren aan het bewerken van de grond. Op deze akker wordt net als vrooger graan verbouwd. Onkruidbestrijding vindt plaats door te wieden. Tussen de graanplanten vindt u onkruiden, zoals kleine klaproos, kamille, korenbloem, gele ganzebloem, blauw walstro, aardaker en kleine leeuwebek.

Bloemdijk

In de heemtuin mocht volgens de ontwerpers een dijk niet ontbreken. Dijken laten de ontstaangeschiedenis van een eiland zien. Ze bieden, mits goed beheerd een zeer gevarieerd milieutype. Vooral de zonnige zuidkanten van dijken hebben een flora die zijn weerga niet kent. Vanouds werden dijken als hooiland of extensieve graasplekken voor schapen gebruikt. Ze werden niet of spaarzaam bemest. Gevolg was dat in de loop van de jaren het dek van de dijken voedselarm werd. Dit resulteerde in een bloemenrijke vegetatie. Dit gold met name voor een z.g. bloemdijk. H ier groeien planten als aardaker, kaardebol, agrimonie, marjolein en veldlathyrus.



Droog hooiland

Droog hooiland is een milieutype, dat oorspronkelijk niet zoveel op Tholen voorkomt. Vanouds treft men deze kleinschalige gronden b.v. tussen dijken en watergangen aan. Ook wegbermen kan men hiertoe rekenen. Het gaat hier om stukken grond die niet geschikt zijn voor veeteelt of akkerbouw door hun geringe afmetingen. Ze worden een of twee keer per jaar gemaaid en slecht bemest. Gevolg is dat de bodem verschraalt, zodat plantensoorten zich hier vestigen, die het juist van weinig voedingsstoffen in de bodem moeten hebben. Planten die typisch zijn voor droge hooilanden zijn vogelwikke, biggekruid, muizeaar, knolboterbloem en gewone veldbies.



Oevervegetatie

oevervegetatie In de heemtuin is de bovengrond weggegraven tot een diepte van 1,5 meter. Het gevolg is dat de planten die hier groeien direct onder invloed van het grondwater staan. Verder is hier een vijver gegraven. Het linker gedeelte van de brug is 1,5 meter diep, rechts van de brug is 80 cm diep en kent een flauw oplopende oever. Hier moet zich een overvegetatie ontwikkelen. Daar het water hier in de buurt vrij brak is, ontwikkelt zich hier een brakwatervegetatie met o.a. kortarige zeekraal en zeeaster. Naar boven toe zal de invloed van zout minder worden. Hier kunnen orchideeen tot ontwikkeling komen.